IN MEMORIAM
jij
jij bent
jij bent weggewiekt
weggewiekt over de grens
van het onland
je liet
je liet me hier
hier achter
op de grond van
een vleugelloos bestaan
en nu
nu woon ik
in een trui
een trui gesponnen uit
ragfijne draden
herinneringen aan
jou
en
ik mis je
Nico van den Raad
Haarlem Nederland
|
|
Vreemd kind
Staat aan mijn venster
Ik lees haar door het glas
Ze spreekt
Mijn adem op de ramen
Een blanke veeg
Ingelijst
F.C. |
boter aan de galg
dacht ik
daarmee moet het beginnen
gesmeerd misschien
ik zocht het even op
maar ik was de zin al kwijt
F.C.
|
|
soms
soms
heel soms
zie ik
in je ogen dat
je me hoort
of
soms
heel soms
zeg je iets
zie ik
je beweegt
je lippen
maar nooit
nee nooit
hoor ik je
K.J.
|
Luchtbellen
Mijn adem blaast bellen van zeep
De wind blaast de bellen in de
lucht
De vis hapt de lucht tot
belletjes
De tekenaar tekent ze tot
wolkjes
waarin
Een oude vrouw zingt van bellen
in klinkende kinderliedjes
Het kind roept om zijn moeder
Ook zijn vader is niet thuis
De muis belt aan het voorhuis
waarin
De politicus zijn bellen bluft
De bluf in de kamer uiteen spat
Op de schelle lach van een wijze
man
en nog eindeloos veel meer
Mijn adem blaast bellen van
schuim
De wind spat de bellen over zee
De zee verliest ze in een storm
De storm doet de noodklok luiden
waarna
Het tijd is aan de bel te
trekken
En dan ademloos niet meer
F.C.
|
Dansende kleinkinderen
Dansend in je wagentje en met een lachend gezicht
klappend met je handjes, je bent een licht
de vrolijkheid straalt uit je ogen
je gooit je lijfje naar links
en dan weer naar rechts
kijkt guitig naar je papa
die een film van je maakt
dan komt je zusje aan dansen
met een stralende lach
gooit zij haar kleine lijfje in de strijd
ik ben verloren, jullie hebben me weten te bekoren
er klinkt vrolijke caribische muziek
och wat een vrolijkheid
je gooit je lijfje naar links
en dan weer naar rechts
en klapt weer in je handjes
papa wordt er vrolijk van
en ik, ik kijk en geniet alleen maar
nog even, dan ben ik dáár
en zie je de oma,
die jullie híer ziet....
M.B.
|
Vier jaar oorlog
ik kreeg geen taal en ook geen eten
ik heb toen gloeiend zand gegeten
en heb daarmee mijn tong verbrand
ik had niets anders in mijn hand ik
M.M.
|
|
De inzendingen worden na lezing geplaatst
inzenden kan hier (A vervangen door @) |
terug naar boven
|
ome Jan
er was er een jarig
dat was vannacht nog
op klokslag twaalf
klonken de glazen
bliezen we kaarsen
en zongen vele jaren
er was er een jarig
deze ochtend nog
tegen het middaguur
viel hij in scherven
met de ruisloze adem
van de eeuwigheid
vierentachtig mocht hij worden
F.C.
|
DE KLEINE STILTE
als ik ergens ben
waar ik niet wil zijn
ontpopt zich het verlangen
op te gaan in een stilte
die daar niet is
de diepe stilte
van een Noorse fjord
de oude stilte van
een historische binnentuin
de vredige stilte die ontstaat
als de laatste gast de deur uit gaat
de warme stilte
na de liefdesdaad
als ik ergens ben
waar ik niet wil zijn
ontpopt zich het verlangen
op te gaan in
een kleine stilte
mits mijn lief daar is
Nico van den Raad
Haarlem Nederland
|
Dalia
Je mooie lieve ogen
je stralende gezicht
mijn allerliefste kleindochter
je bent als een gedicht...
Rixy
Je bent zó ondeugend
maar eigenlijk ook klein
je zou het allerliefste
geliefd willen zijn
Oma Bouwman
|
Liefste
Zag je ogen
omhelsde je gezicht
liefde is heerlijk
jij bent mijn gedicht
M.B.
|
|
Een ode aan:
mijn kleindochter Dalia
Ga me even verwonderen
om je mooie oogopslag
om je verhelderende lach
ik hoor het in mijn hoofd donderen
je te missen doet me pijn
om je leuke woordenschat
om je neus, die doet me wat
zo moet het altijd zijn
wil je in mijn armen lief
om je kleine voetjes
om je handjes, die zoetjes
mijn wangen strelen, hartedief
Oma Marian Bouwman
|
dichten?
de
eerste regels zachte poep
en dan is er verstopping
je zit ervan te kijken hoor
je dacht er is vast méér
je drukt en perst met verse kracht
van binnen klinkt gerommel
je denkt dat er wat komen gaat
een scheet verlaat het gat
je drukt en perst gedecideerd
een kronkel om te zoenen
maar poept een piepklein dropje uit
te klein voor een besluit
dus blijf je even zitten daar
beteuterd en verslagen
je trekt het witte vel uiteen
en smeert je lege gat
W.G.
|
oude man in het park
ik vroeg de blinde man
- hij zat op een bankje in het park –
of hij zijn ogen nooit sloot
ik zag aan zijn hoofd
- het draaide naar mij toe –
dat hij mijn stem hoorde
maar zijn mond zei me niets
ik zei dat ik een domme vraag stelde
hij prevelde iets terug
- het was in een vreemde taal –
ach, u spreekt Engels, zei ik
I thought you were Dutch
I see, said the blind man
en sloot zijn ogen met een zuchtF.C. |
|
© Op alle gedichten rust
Copywright
|
|